Natuurgebied Lent bedreigd door Nijmegen omarmt... door nijmegen1

 

Lent of Hope and (vergane) glory  dl 1

 

 

 

.

 

.

achterzijde vanaf de Zaligestraat

.

en dit is wat er van over is

.

.

zuidwestkant aan de Oosterhoutsedijk

Volgens zeggen door de Heer Scherrenberg in de gelderlander van dinsdag 27 november zou 50% van het groen verdwijnen, telt u even mee?

in absolute aantallen van alle bomen en struiken is er nu al een 90% van omgezaagd, en men is nog niet klaar!

.

noordwesthoek,  op 3 zielige boompjes na ook compleet kaal, de vogels hebben het voor het uitkiezen, of niet dan?

al het geboomte ligt inmiddels keurig op stapeltjes op de ringwal

 

.

Stil protest is alles wat blijft!!

Wij Lent en Nijmegenaren hebben schijnbaar niets meer te vertellen over onze eigen leef en woonomgeving

 Nu het probleem flora en fauna is opgelost, staat de gemeente nijmegen niets meer in de weg om de gebiedsontwikkeling en bouwplannen uit te kunnen voeren.

 deze planten,vogels,insecten en paddestoelen zijn verleden tijd, foto's voornamelijk genomen op en rond het fortgebied foto-library


Stil protest van de buren  op de hoek vd Zaligerstraat

Maar zoals gezegd het ecologisch verantwoorde kapwerk waarbij rekening gehouden wordt met de natuur is nog niet klaar

hieronder foto's  genomen aan het eind van de dag op 3 en 4 december

 

.

en zoals vorige week al vermoed blijft hier en daar een geïsoleerd boompje staan die geen enkele waarde meer heeft doordat de omringende beschutting weg gehaald is.

 

Lent of hope and (vergane) glory   17-11-2012

Image

In rap tempo verdwijnt vrijwel al het geboomte van Fort Beneden Lent gelegen aan de oosterhoutsedijk en Zaligerstraat (gld)

Image

Decennia lang was dit dichtbegroeide fort een paradijs voor vogels en andere dieren, jarenlang gaf een bordje bij de ingang geplaatst door Staatsbosbeheer aan dat dit een kwetsbaar gebied was en niet betreden mocht worden,

onderhoud werdt niet gepleegd omdat de natuur zonder menselijk ingrijpen zijn gang moest kunnen gaan. vele soorten vogels en andere dieren foerageerden hier of hadden er hun broed of schuilplaats (zie Waarnemingen Fort beneden lent ) een klein paradijsje voor alles wat kroop, vloog, groeide en bloeide.

Dit alles moet wijken voor cultuur historie ( Bomenkap Fort beneden Lent ), dat Staatsbosbeheer een paar bomen laat staan heeft generlei waarde, de aantrekkingskracht voor vogels (uilen,spechten,roofvogels etc) en vleermuizen die uitging van deze bomen met horsten en holtes lag hem vooral in de beschutting waarin deze bomen stonden, nu blijven er straks een paar geïsoleerde bomen staan die door het verdwijnen van deze natuurlijke beschutting blootgesteld zijn aan weer en wind en daarom niet meer aantrekkelijk zullen zijn voor de vogels die er leefden.

Door deze rigoureuze ingreep zullen ook de bessen, zaden en myriaden aan insecten als voedsel verloren gaan voor de hier foeragerende en ter plekke verblijvende vogels en ander gedierte. Deze wilde biotoop is straks niet meer als een vrijwel levenloze omgrachte homp klei met en hier en daar een “gespaarde” boom.

Image

 

 

Lent of Hope and (vergane) glory  dl 2    28-11-2012

Bij het doorzoeken van het web kwam ik een nota tegen waarin in niet mis te verstane bewoordingen ea werd verduidelijkt mbt de toekomst van het Fort beneden Lent.

quote “In het Groenplan zijn zogenoemde ecologische hotspots en dooraderingen gedefinieerd. Dit
zijn voor natuurwaarden waardevolle plekken in Nijmegen die beschermd en versterkt
dienen te worden. Ecologische hotspot 3 (Fort Beneden Lent) en 4 (uiterwaarden bij Lent)
grenzen aan het plangebied. Deze zijn waardevol vanwege hun flora en fauna en behoren eveneens tot de Ecologische Hoofdstructuur en Natura 2000.”

Dus vrijwel totale kaalslag is wat men verstaat onder beschermen en versterken van voor natuurwaarden waardevolle plekken in Nijmegen

En geneuzel over het bewaren van de fruitbomen en zorgvuldige selectie enzovoort,  het mocht wat, ja! er staan een paar fruitboompjes op het binnen terrein dat is alles!!

Van de vele honderden bomen en struiken die er stonden worden voor de vorm slechts een handjevol bewaard, einde oefening dus voor deze ecologische hotspot.

Wat mij ook bevreemd is dat het niet is gecommuniceerd naar de media, Lentenaren en of Nijmegenaren. dat slechts 1 marginaal blogje van staatsbosbeheer rept van de op handen zijnde kaalslag.  Er derhalve geen mogelijkheid is geweest tot inspraak dan wel sturing,

Dat het in deze tijd dus zomaar zonder slag of stoot kan dat het besluit tot kaalslag als genomen door Staatsbosbeheer via een onderonsje met IVN en Stichting Menno van Coehoorn doorgang kan vinden.

Met als reden dat veel Lentenaren niet wisten dat daar een fort was? so watt! en vanwege Cultuurhistorie? (Menno van Coehoorn) het dus dan maar kaalgesloopt moet worden? en daarmee lak hebben aan regels rond habitat richtlijnen van bijvoorbeeld steenuilen waarvan het broed en foerageergebied beschermd zijn, en wat te denken van de groene en bonte spechten die daar huisden en vele andere beschermde vogels en dieren? dat telt ineens niet meer mee?  een artikeltje in de Lentse Lucht of het Gemeente blaadje Spronglevend was voldoende geweest als men het fort onder de aandacht had willen brengen onder ons Lentenaren.

De kaalslag die nu plaatsvind is een wel heel extreme manier om het fort onder de aandacht te brengen.

De bewuste nota “bestemmingsplan Nijmegen Kern Lent – Visveld” PDF

Versie              Datum
Voorontwerp:   19 april 2011
Ontwerp:          7 februari 2012
Vaststelling:      juni 2012

En ik vraag me dan ook af wat er dan ineens sinds afgelopen juni is verandert?

En hoe verder om te gaan met de (voormalige) ecologische hotspot Fort beneden Lent?

 

 

Lent of Hope and (vergane) glory  dl 3  01-12-2012

 

Volgens Staatsbosbeheer in persoon van Gerrit van Scherrenberg is er veel discussie en overleg geweest met diverse groepen? welke groepen? hebben we? wie we? besloten dat we? het fort beter zichtbaar willen maken. als reden. dat er veel mensen zelfs uit Lent die niet weten dat hier achter het groen een fort schuilgaat? nou en?, en dit is trouwens groote kul, ieder jaar is er een open monumentendag en waarondermeer ook dit fort opengeteld is, dit wordt kenbaar gemaakt via diverse landelijke en lokale media.

dus inplaats van de natuur te kunnen genieten kunt u nu een dooie omgrachte kleibult bewonderen. het groen en de dieren die hier leefden moet je er dan maar bij denken.

kom ik tot het volgende, hoe, door en met wie is voor deze extreme aanpak gekozen, er is namelijk geen overleg gevoerd met de Lentenaren zelf, er heeft voorafgaand niets in de media gestaan, er is geen enkel moment van inspraak geweest, de besluitvorming heeft zich kennelijk achter gesloten deuren afgespeeld, wat zeer kwalijk is, we leven volgens mij nog altijd in een democratie. nergens is een kapvergunning te vinden of publiekelijke aankondiging van op handen zijnde werkzaamheden.

 o ja toch!, ergens op het internet een marginaal blogje gevonden van Staatsbosbeheer die aankondigd op 29 october aan dat de week opvolgend begonnen zal worden met de werkzaamheden.

Er waren namelijk wel degelijk partijen te vinden die zich al jaren sterk maken voor natuurbehoud op en rond het fort.

 

Raporten & voorstellen

Hieronder een overgenomen tekst van de werkgroep Lentse Waarden die zich al jaren inzet voor natuurbehoud en inpassing van het fort ism De Zichtas landschapsarchitectuur

 

Inpassing
fort Beneden Lent
in
“de Citadel”

 


Inpassing fort Beneden Lent in “de Citadel”
Een historisch kenmerk van vrijwel alle forten is hun situering in een open landschap. Fort beneden Lent vormt daarop geen uitzondering.
De historische kaart van rond 1850 laat zien dat het landschap voor de aanleg van het fort in 1863 open was en overwegend agrarisch gebruikt werd met een onregelmatige blokvormige kavelstructuur. Op de kavelgrenzen treffen we lijnvormige beplanting aan in de vorm van meidoornhagen, knot- en opgaande bomen.

.

 

fig. 1: historische kaart circa 1850


Op de topografische kaart van 1905 is het fort ingetekend. Maar de omgeving is niet of nauwelijks gewijzigd. Dezelfde verkavelings- en beplantingsstructuur maar ook hoofdontsluiting en afwatering zijn intact gebleven. De Zaligestraat heette toen Lange Straat en de Rietgraaf de Zeeg.


.

fig. 2: historische kaart circa 1905

In grote lijnen heeft deze situatie zich kunnen handhaven tot in onze tijd. Op onderdelen zien we weliswaar aanpassingen, maar de structuur van het landschap is nog intact. Een uitzonderlijke ontwikkeling die we in ons land in vergelijkbare omstandigheden weinig aantreffen.
Dit maakt dat fort Beneden Lent niet alleen op zichzelf van bijzondere betekenis is maar ook vanwege de unieke landschappelijke context.


Met dit gegeven dient rekening gehouden te worden bij inpassing van het fort in de nieuwe woonwijk. Uitgangspunt is dan ook dat het fort in samenhang met een relevant deel van het omringende landschap behouden en daardoor ook in de toekomst leesbaar blijft. Een historisch verantwoorde manier om dat te doen is het open en dus onbebouwd laten van de vroegere schootsvelden. Ons beperkend tot de eerste kring zou dat betekenen dat een halfcirkelvormige zone ter breedte van 300 m open moet blijven.


Een andere benadering is het open laten van een zone om het fort die begrensd wordt vanuit de landschappelijke structuur. Daarbij zijn, net als bij de kringen, verschillende afstanden te onderscheiden. Vooralsnog wordt uitgegaan van de smalste zone, dat wil zeggen dat vanaf het fort de eerste landschappelijke grens of lijn opgepakt wordt.

Uiteraard is dit een arbitraire keuze en zou
je ook 1 of 2 slagen extra kunnen maken. Gelet echter op de omvang van de nieuwbouw lijkt dat niet realistisch. Vanuit deze benadering kom je tot de volgende begrenzing:
- aan de westkant van het fort ligt een perceel met een huis erop en vrij veel opgaand geboomte. Het is logisch om de westgrens van dit perceel aan te houden en door te trekken in noordoostelijke richting tot voorbij het fort.
- naar het noorden toe is de openheid het grootst. De Zeeg is hier een vanzelfsprekende en historisch harde grens. Afstand en openheid zijn hier zodanig dat het fort vanuit het landschap optimaal beleefbaar is.
- aan de oostzijde leidt deze benadering tot het openhouden van 2 aansluitende percelen waardoor een verspringende grens ontstaat.
- aan de zuidzijde ligt het fort vrijwel tegen de dijk aan en is ook in het Citadelplan geen bebouwing gedacht.
Genoemde variabele begrenzing sluit vrijwel geheel aan bij de historische landschapsstructuur en doet zowel recht aan de beleving van het landschap vanuit het fort als omgekeerd de beleving van het fort vanuit het omringende landschap.

De gekozen benadering is primair gebaseerd op cultuurhistorische en ruimtelijke overwegingen. Daar moet echter een secondaire beoordeling vanuit het natuurbelang aan toegevoegd worden. Immers: het fort heeft zijn militaire functie al meer dan een halve eeuw verloren en sindsdien een natuurlijke ontwikkeling doorgemaakt waardoor het natuurbelang in betekenis is toegenomen.

Uit een inventarisatie uit het begin van deze eeuw blijkt dat door het voorkomen van soorten als: ijsvogel, sperwer, groene specht steenuil, nachtegaal en koekoek, bunzing , marter en groene kikker het fort faunistisch van groot belang is.
Hier word verwezen naar het opgestelde rapport vastgesteld afgelopen juni 2012, nu november is Staatsbosbeheer ondanks alle aanbevelingen en bevindingen begonnen met de kaalslag van het fort?

Op grond van genoemde waarden is het fort is opgenomen in de ecologische hoofdstructuur. Een aantal van de aanwezige soorten heeft ecologische relaties met het omringende landschap dat als foerageergebied fungeert. Dat geldt met name voor vogels, vleermuizen en zoogdieren. Voor behoud en verdere ontwikkeling van deze soorten is het openhouden van het omringend landschap van levensbelang.

Nader onderzoek op grond van de Flora-en Faunawet moet uitwijzen welke randvoorwaarden aan de inrichting van het gebied gesteld moeten worden met het oog op behoud van de aanwezige soorten.
Het aanbevolen onderzoek heeft door de kaalslag geen enkele relevantie meer

Daar komt nog bij dat het fort twee in dit verband relevante omgevingskwaliteiten bezit, namelijk rust en duisternis. Ook uit oogpunt van behoud van deze kwaliteiten is een redelijke afstand tussen bebouwing en het fort noodzakelijk.

Inrichting en gebruik van de bufferzone

Belangrijkste randvoorwaarden voor inrichting van de bufferzone zijn behoud van voldoende openheid en van de onregelmatige blokvormige verkavelingstructuur.
Zoals eerder is uiteengezet maakt het fort deel uit van een eeuwenoud cultuurlandschap dat aanvankelijk een extensief en recent een intensief agrarisch gebruik heeft gekend. Hierdoor zijn allerlei veranderingen opgetreden in het natuurlijke reliëf, de bodemopbouw, waterhuishouding etc.

Het perspectief voor natuurontwikkeling is daardoor niet groot. En zou op gespannen voetstaan met het behoud van de aanwezige cultuurhistorische waarden. Het ligt daarom meer voor de hand als referentie voor inrichting en gebruik van de bufferzone de situatie te nemen ten tijde van de aanleg van het fort in 1863. Waarbij niet gestreefd wordt naar restauratie maar naar een eigentijdse vertaling vanuit de historische context. Het gebied kende indertijd een extensief agrarisch gebruik overwegend als grasland, met enkele akkers en boomgaarden. Opgaande beplanting komt uitsluitend voor op de perceelsgrenzen. Vanuit deze historische inrichting wordt voorgesteld om de bufferzone overwegend weer uit grasland te laten bestaan.

Bij een extensief beheer van de graslanden, bestaande uit begrazen, maaien en afvoeren kunnen bloemrijke graslanden ontwikkeld worden. Om de noodzakelijke verschraling te versnellen zou overwogen kunnen worden van enkele percelen de bouwvoor te verwijderen. Nader onderzoek is nodig om het perspectief van deze maatregel goed te kunnen inschatten. Voor amfibieën is de aanleg van enkele poelen de moeite waard.
Op hoger gelegen delen zouden 1 of 2 kruidenrijke graanakkers aangelegd kunnen worden.
Ook de aanplant van enkele boomgaardjes, in aanvulling op de al aanwezige kersenboomgaard, met name in de omgeving van bestaande bebouwing past in het plaatje.
Voor het aanbrengen van perceelsrand beplanting zoals hagen, knotwilgen e.d. zou de topografische kaart van rond 1900 uitgangspunt kunnen zijn. De kleinschaligheid van het Nederlandse cultuurlandschap bereikte toen haar hoogtepunt. Omdat het om relatief lage en transparante beplanting gaat, staat ze niet op gespannen voet met de historisch-militaire functie van het fort.

Aan de buitenkant van de bufferzone is eventueel plaats voor meer stedelijke recreatievoorzieningen als een speelveldje, volkstuintjes e.d.
Een dergelijke inrichting is niet alleen ecologische kansrijk maar ook recreatief aantrekkelijk. Door een passende ontsluiting kan het gebied voor wandelaars opengesteld worden voor onder andere de nieuwe bewoners van de Citadel. De padenstructuur kan desgewenst gekoppeld worden aan een doorgaande route van Lent naar Oosterhout.
Middels burgerparticipatie zouden bewoners van de nieuwe wijk een bijdrage kunnen leveren aan inrichting en beheer.
Met betrekking tot de waterhuishouding zou onderzocht kunnen worden of de bufferzone mede in te richten is voor de opvang en inzijging van regenwater uit de aangrenzende wijk. Het water zou tevens gebruikt kunnen worden voor het op peil houden van het water in de fortgracht. Nader onderzoek moet uitwijzen wat wel en wat niet mogelijk is. In zijn algemeenheid is het gebied weinig geschikt voor het ontwikkelen van vochtige / natte natuur.

De gemiddelde grondwaterstand is laag en de fluctuaties groot. Mede onder invloed van waterstandsschommelingen in de Waal.
Genoemde inrichting zal erin resulteren dat er een halfnatuurlijke overgangszone ontstaat tussen de Citadel en de uiterwaarden van de Waal.
Belangrijk is verder een zorgvuldige invulling en vormgeving van de stadsrand rondom de bufferzone. Bebouwing mag vanuit de bufferzone wel zichtbaar zijn (geen schaamgroen) maar niet dominant. Dat betekent bij voorkeur lage stijlvolle bebouwing. Liefst vrijstaande woningen of woonblokken met groene doorkijkjes diep de wijk in.
Specifieke aandachtspunten

1 Het gronddepot op het perceel ten noordoosten van het fort dient verwijderd te worden. Het verkleint het markante hoogteverschil tussen het fort en haar omgeving.

2 Ook bij een zorgvuldige inpassing van het fort in de nieuwe woonwijk treedt toch een wezenlijk verandering op in de relatie fort-omgeving. Een wijziging die onvermijdelijk ook consequenties heeft voor functie, inrichting en beheer van het fort. De eigenaar van het fort (Staatsbosbeheer) is bereid een visie te ontwikkelen op de toekomstige inrichting en het gebruik. Ze wil dat doen in overleg met direct betrokkenen, in het bijzonder de erfpachters / bewoners van het fort. In de visie zal onder andere aandacht besteed worden aan de volgende aspecten:
- op welke wijze kunnen bewoners van de Citadel al of niet gebruik maken van het fort.
- herstel / restaureren van de aanwezige bebouwing
- schoonmaken van de gracht
- beheer aanwezige beplanting

Beoordeling plan Citadel
In algemene zin valt op dat het stedenbouwkundig plan niet of nauwelijks rekening houdt met het aanwezige landschap. Het zou op menig andere locatie ook uitgerold kunnen worden. Een gemiste kans! Want de landschapshistorische context leent zich wel degelijk voor een daarop geënte stedenbouwkundige invulling.
Het fort wordt weliswaar gespaard maar de bufferzone is marginaal waardoor de samenhang met het omringende landschap grotendeels verloren gaat. De bebouwing dringt nog niet het fort binnen maar dringt zich wel hinderlijk op. In deze opzet kan het fort functioneel en ruimtelijk niet veel meer zijn dan een stadsparkje. Hoogbouw is grotendeels op enige afstand geplaatst, met uitzondering van een "landmark" ten oosten van het fort. Uit oogpunt van zonering zowel ten opzichte van het fort als ten opzichte van de natuurzone langs de dijk is deze locatie ongewenst.

Geraadpleegde literatuur:
1 G.M. Kwak; Inventarisatie van de flora en fauna in 2002 en 2003"De Waalsprong" gemeente Nijmegen. Alterra rapport 569 R 2004.
Foto verantwoording
Foto omslag: Hans Aarns
Bijlagen:
1 Historische kaart fort Beneden Lent
2 stedenbouwkundig plan “de Citadel”

 

 

 

 

.

Bijlage 1: Historische kaart fort Beneden-Lent

 

Wij Lent en Nijmegenaren hebben schijnbaar niets meer te vertellen over onze eigen leef en woonomgeving

 Nu het probleem flora en fauna is opgelost, staat de gemeente nijmegen niets meer in de weg om de gebiedsontwikkeling en bouwplannen uit te kunnen voeren.

 

deze planten,vogels,insecten en paddestoelen zijn verleden tijd, foto's voornamelijk genomen op en rond het fortgebied foto-library

 

 

 

WERKGROEP LENTSE WAARDEN & CITADELPLANNEN
G.J.B.M Knuppel
November 2007
2
LOGOS

Deze notitie is opgesteld door G.J.B.M. Knuppel van de werkgroep “Lentse Waarden” en wordt mede onderschreven door de Gelderse Milieufederatie, Milieudefensie Nijmegen, het IVN, en Stichting Lent 800. Staatsbosbeheer heeft aangegeven in principe positief te staan tegenover initiatieven om de EHS rond fort beneden lent te versterken.
De notitie dient als onderbouwing voor het verzoek om de ruime binnendijkse omgeving van fort Beneden Lent op te nemen in de Ecologische Hoofdstructuur en aan te wijzen als Beschermd Landschapsgezicht. Dit verzoek heeft de werkgroep “Lentse Waarden” op 27 september jongstleden samen met bovengenoemde organisaties, neergelegd bij respectievelijk de Gedeputeerde Staten van de Provincie Gelderland en het college van B&W van de Gemeente Nijmegen.
Redactie: F. Mikx, M.C.Diepeveen
Vormgeving: J. de Klerk
Foto’s pagina 16 en volgende: H. Piebenga
Met dank voor tekstsuggesties aan: H. Aarns, B. Herckenrath, T. de Klerk, A. de Meijer en B. Oosting.
Foto voorpagina: Luchtfoto aandachtsgebied met 3D Citadel geplot (H Hommes)
3
Inhoudsopgave
Toelichting..............................................................................................................................2
Inhoudsopgave.......................................................................................................................3
1. Inleiding...............................................................................................................................4
2. Citadelplannen....................................................................................................................4
3. Achtergronden....................................................................................................................7
3.1 Natuur en Landschap.....................................................................................................7
3.2 Cultuurhistorie...............................................................................................................10
4. Toetsingskaders...............................................................................................................11
4.1 Natuur en Landschap...................................................................................................11
4.2 Cultuurhistorie...............................................................................................................12
5. Voorstel voor behoud van het fort..................................................................................13
Bronnen.................................................................................................................................15
Foto’s.....................................................................................................................................16

1. Inleiding
De waalsprong van Nijmegen zal grote ruimtelijke consequenties hebben voor het rivierengebied. In deze notitie wordt ingegaan op de mogelijke gevolgen van de Citadelplannen van de gemeente Nijmegen voor Lent West en Oosterhout en dan met name voor het fort Beneden Lent en de directe omgeving. Aan de hand van literatuurstudie uit beleidsstukken en de betekenis van het gebied wordt in deze notitie aangegeven op welke wijze moet worden omgegaan met de aanwezige natuur- en cultuurhistorische belangen. De cijfers tussen haakjes verwijzen naar het gebruikte bronmateriaal.

2. Citadelplannen
In de brochure: “De Waalsprong maakt Nijmegen compleet” geeft de gemeente een schets van de Citadel als een centrum met grootsteedse allure: de gemeente deinst er niet voor terug Nijmegen en haar noordelijke uitbreiding te vergelijken met Londen en Parijs (1). Deze plaatsen zijn niet alleen tientallen malen groter dan Nijmegen, de rivier neemt er ook een andere plaats in: het zijn “stadsrivieren”, niet al te breed en op tientallen plaatsen overbrugd. De planologische visie dat Citadel en Waalfront zich straks spiegelen is dan ook enigszins ver gezocht. Volgen we echter deze planologische visie dan ontstaat het volgende beeld:
Groen in het Waalfront en groen in de Citadel
Zoals Parijs haar Quartier Latin heeft zo zal het Waalfront het Quartier Romain krijgen. Ten westen van deze wijk komt een groene zone, Park West met de resten van Fort Kraayenhof als cultuurhistorisch middelpunt. Gaan we dit spiegelen naar de overkant dan vinden we er in de eerste plannen de creatie van een groene parkzone met fort Beneden Lent als cultuurhistorisch en natuurmiddelpunt. In het Voorkeursmodel van 2002 was dat inderdaad het geval.


Het centrumgebied Lent is in dat plan gevestigd rond station Lent (Lentseveld). De voorzieningen aldaar zouden ondersteund worden met voorzieningenharten in de diverse wijken van het Waalspronggebied.
Vervolgens is in 2003 besloten de voorzieningen in de wijken te minimaliseren en het centrum te verplaatsen van Lentseveld naar het gebied Woenderskamp tussen spoor- en stadsbrug, bij fort Beneden Lent. Voorkeursmodel 2003 is geboren:

 

Voorkeursmodel 2003
In die eerste plannen van Voorkeursmodel 3 lijkt de schade mee te vallen omdat (hoog)bouw zich nog op redelijke afstand bevindt van het natuurgebied, echter bij de verdere uitwerking komt het architectenbureau T&T Design (in samenwerking met AM Vastgoed) met de Citadelplannen (8). In die plannen grenst de hoogbouw, op verhoogde grond, zo goed als aan de fortgracht, hetgeen een bedreiging is van zowel het Rijksmonument als het Natuurmonument fort Beneden Lent.

In de kadernotitie Belvoir, provincie Gelderland, juni 2004, wordt Herakleitos aangehaald: “alles is voortdurend in beweging”, maar de plannen met de Waalsprong bewegen wel zeer heftig (3). De oorspronkelijke groene dijkzone met wooneilandjes is ook van de baan.
Bij de detailhandelstructuur Waalsprong (5) gaat men er van uit dat gerekend moet worden op een centrum (de Citadel) met winkels voor een populatie van 33.000 tot 36.000 bewoners, zonder spreiding van de voorzieningen over de wijken. Voorwaarde is dat dit centrum moet kunnen concurreren met Elst en andere kernen en dus voldoende parkeerplaatsen moet tellen. Het gaat om 3 parkeerplaatsen (pp) per 100 m²winkeloppervlak (bvo) bij een gepland totaal van 23.000 m² bvo. Dit komt neer op om en nabij 700 parkeerplaatsen, uiteraard met bijbehorende verkeersstromen.

Gevolgen
De gevolgen van de citadelplannen zijn de volgende:

1. Door het verdwijnen van de groene zone komt het fort als natuurreservaat geïsoleerd te liggen. De groene dijkzone van voorkeursmodel 2002 is verdwenen, alsmede een groene verbinding met de spoordijk. De direct rond het fort geplande Citadel geeft een negatieve externe werking op beschermd gebied.

2. Door de hoogbouw op opgehoogde gronden, direct grenzend aan het fort wordt de cultuurhistorische waarde van het fort ernstig ondermijnd. In plaats van een landschappelijk overheersend verdedigingswerk wordt het fort gereduceerd tot een onder het maaiveld gelegen monument met vooral een park-functie.

3. Het oorlogsmonument aan de dijk bij het voormalige Hof van Holland en het fort zijn historisch onlosmakelijk met elkaar verbonden. Door het verdwijnen van de groene dijkzone en de planning van een horecaplein tussen fort en monument wordt een logische, historische verbintenis bedreigd.

4. Door aantasting van het fort als natuur- en cultuurhistorisch erfgoed en het verdoezelen van het dijklichaam alsmede het verdwijnen van de oude Zaligestraat, dreigt een verslechtering van het leefklimaat in Lent West.

3. Achtergronden

3.1 Natuur en landschap
Het fort is een natuurmonument in nu nog landelijk gebied en grenst aan de uiterwaarden. De omgeving bestaat voornamelijk uit weiden. Het fort is samen met de uiterwaarden een onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur en is in eigendom van Staatsbosbeheer. Het belang van het fort in natuurwetenschappelijk opzicht is mede het gevolg van de landschappelijke omgeving waarin het zich bevindt.
Er zijn diverse rapporten verschenen waarin het belang van het fort en haar directe omgeving voor moeder natuur zijn beschreven. Hier wordt ingegaan op twee rapporten: het Beheersplan Fort Lent (6) en het Alterra-rapport nr 842 (13). “Beheersplan Fort Lent voor periode 1992-2002”

Het “Beheersplan Fort Lent voor periode 1992-2002” is het Loo plan voor bos, natuur en landschap. In dit plan wordt uitgegaan van een oppervlakte van 5.22.52 ha (6) Dit is dan inclusief 1.33 ha half natuurlijk grasland, gelegen om het fort aan de buitenzijde van de gracht. Het plan is opgesteld binnen de vigerende beleidskaders op landelijk niveau, provinciaal niveau en gemeentelijk niveau.

Op landelijk niveau is de hoofddoelstelling van het Natuurbeleidsplan gericht op duurzame instandhouding, herstel en ontwikkeling van natuurlijke en maatschappelijke waarden (Natuurbeleidsplan, ministerie van LNV, 1990)(7). Dit geldt nadrukkelijk ook voor het fort. Het beleid van Staatsbosbeheer kent ook een dergelijke hoofddoelstelling: het duurzaam in stand houden van bossen en natuurterreinen en het herstellen en het zo nodig ontwikkelen van de waarden van de terreinen. Daarbij is overigens geen apart beleid uitgewerkt ten aanzien van forten. Ten aanzien van de landschappelijke functie wordt gesteld dat hieronder elementen vallen die historische-, landschappelijke- dan wel cultuurhistorische doelen dienen. Deze elementen dienen zo beheerd te worden dat de aanwezige waarden duurzaam in stand blijven en daar waar mogelijk, nieuwe landschappelijke kwaliteiten in samenhang met de omgeving kunnen ontwikkelen. Dat houdt in dat de processen en/of omstandigheden waaraan het fort zijn huidige natuurwaarden ontleent zullen moeten worden behouden dan wel verder moeten worden ontwikkeld.

Op provinciaal niveau geldt het Streekplan Midden-Gelderland (1989) (9) waarin het fort deel uit maakt van het deelgebied “Over Betuwe”. Dit deelgebied werd beleidsmatig aangeduid als niet-verstedelijkte buffer tussen de agglomeraties Arnhem en Nijmegen. Doelstelling was behoud van de landschappelijke structuur en van de verspreid aanwezige natuurwaarden. Tevens stond behoud en versterking van de ecologische samenhang van zowel binnen als tussen de verschillende deelgebieden centraal. Het fort lag in de zone landelijk gebied B. Natuur gold hier als de belangrijkste functie en ontwikkelingen van andere functies behoorden de beoogde natuurdoelstellingen niet te frustreren. In het Streekplan 2005 (11)ligt het fort in de EHS (EHS natuur).

Dit betekent dat de natuur de hoofdfunctie is en dat voor nieuwe ontwikkelingen een “nee, tenzij” beleid geldt. Het Streekplan spreekt verder over het belang van groen om en in de stad als uitloopmogelijkheid. Het belang van het behoud van karakteristiek groen om daarmee te identiteit van een gebied te bewaren wordt in het Streekplan onderkent.

Verder meldt het Streekplan met betrekking tot het Park Over-Betuwe op pagina 91:”De regio kent een keur aan attracties (monumentale boerderijen, kastelen, forten, musea, watermolens, etc.) en gebieden (stilte, natuur) die onderling slecht met elkaar verbonden zijn.” In de startnota van het Regionaal structuurplan is het concept Landschapspark geïntroduceerd in het streven hierin verandering te brengen en de ademruimten in het gebied te verbinden. Het concept lijkt zich in de praktijk echter te beperken tot het Park Over-Betuwe. Immers aan de westzijde van Lent wordt in de huidige plannen het fort Beneden Lent zowel als cultuurhistorisch- als natuurmonument geïsoleerd. Dit getuigt van een totaal ander beleid voor dit westelijke gebied. Terwijl juist hier de kansen liggen om het concept Landschapspark verder door te voeren en met de geplande Landschapszone (2007 werkelijk tot verbindend element te maken voor natuur en cultuurhistorie door de hele Waalsprong heen.

Op gemeentelijk niveau het Bestemmingsplan buitengebied Elst, kern Lent (12). Het fort wordt daarin aangegeven als natuurgebied en “waterstaatsdoeleinden - uiterwaard/natuurgebied” waarbij de omwalling een waterbergende functie heeft. De bestemming natuurgebied heeft als belangrijkste functie het behoud en/of herstel van de op deze gronden voorkomende, dan wel daaraan eigen landschaps- en natuurwaarden.

Binnen deze beleidskaders is dus het Loo-rapport opgesteld waarin de handhaving van de huidige structuur wordt voorgestaan. Bij fort Lent houdt dat in dat een spontane ontwikkeling van struweel, afgewisseld met kruidachtige vegetatie (bijvoorbeeld wilde peen, margriet en veldlathyrus) wordt nagestreefd, te bereiken door middel van begrazingsbeheer.
Recreatief medegebruik en militair-historische waarden worden ondergeschikt aan de natuurwetenschappelijke waarden.

Alterra Rapportage

Het tweede rapport betreft het Alterra-rapport 842 van RGM Kwak: “Inventarisatie van de flora en fauna in 2002 en 2003 - De Waalsprong”, Gemeente Nijmegen, 15 juli 2004. In dit rapport wordt gesteld dat de natuurwaarden in het bestemmingsplangebied Lent West beperkt zijn en vooral samenhangen met het fort Benedenwaal (bedoeld wordt fort Beneden Lent). Dit rapport laat geen twijfel bestaan over de natuurwaarde van het fort. Zo is op het fort een ijsvogelfamilie aangetroffen, en naast deze soort ook de sperwer, de blauwe reiger, de bonte specht, de groene specht en de steenuil. De nachtegaal ontbreekt ook niet evenmin als de koekoek. Naast de gevleugelde dieren zijn aangetroffen de bunzing, de marter, de groene en de bruine kikker. Het fort wordt floristisch en faunistisch van groot belang bevonden. Het gebied kenmerkt zich door een grote variatie aan uiteenlopende biotopen; water (fortgracht), ruigte, bos en grazige vegetatie. De bossen, ruigte en struwelen zijn van groot belang voor zowel broedvogels (sperwer, grauwe gans, buizerd, reiger) als voor zoogdieren (bunzing). Kortom: ecologisch en landschappelijk van zeer grote waarde, aldus de heer Kwak die vervolgens bouwstenen aandraagt voor een pro-actief beleid: het fort Benedenwaal vertegenwoordigt het belangrijkste element in Lent West en kan als basisbiotoop voor zowel bossen, bosrand als grazige vegetatie en water/oever worden beschouwd. Het sluit extern aan op de uiterwaarden, maar ligt intern zeer geïsoleerd. “Daar liggen de kansen voor natuurwinst.

Met name door de nieuw te realiseren natuurelementen: watersingel en groenelementen”, aldus de heer Kwak. Overigens wordt bij de wenselijkheid voor behoud en versterking ook steeds genoemd het realiseren van doorgaande (natuur-)structuren.

3.2 Cultuurhistorie ( bijlage 1)
Volgens de Menno van Coehoornstichting (14) is het fort Beneden Lent heel bijzonder. Het is een van de weinige forten waar de basisvorm een aarden omwalling (redoute) is, maar daarnaast is het fort een van de twee overgebleven forten van Nijmegen. Het fort is samen met het wijnfort (fort Boven Lent) de vervanging van het oude fort Knodsenburg. De taak van het fort Beneden Lent was het bestrijken van de Waal stroomafwaarts van Nijmegen en, later, het beschermen van de spoorbrug. De basisvorm van het in 1863 gebouwde fort is nog in tact, maar er zijn wel veel veranderingen: zo is het dak van het bomvrije logies, vroeger bedekt met grond en gras, sinds de oorlog vervangen door een betonnen dak en zijn de walgangen en geschutsplaatsen door erosie van vorm veranderd. Ook was de het fort vroeger onbegroeid, terwijl het nu bezaaid is met bos en struweel. Het lag dan ook voor de hand dat het fort in 1986 van Domeinen over is gegaan naar Staatsbosbeheer.

De cultuurhistorische waarde van het fort is, even los van zijn bijzondere vorm, vooral bepaald door de gebeurtenissen tijdens de operatie Market Garden in de tweede wereldoorlog (15,16,19). Door de enorm dappere oversteek van de Waal (20 september 1944, overdag, maar liefst 47 Amerikanen vonden hierbij de dood) werd gepoogd de noordzijde van de Waalbrug te bevrijden om de weg naar Arnhem vrij te maken. Het fort bleek hinderlijk in de weg te liggen en moest worden bevrijd door het 504de Parachute Infantry Regiment van kolonel Tucker. De aanval op het fort werd geleid door sergeant Richmond en sergeant Huebner. Deze overweldigende Waaloversteek heeft in de Nederlandse geschiedenis een bijzonder plaats verdiend. Het voortbestaan van het fort kan niet worden losgekoppeld van het aan de helden opgedragen monument bij het voormalige Hof van Holland. De basisschool “De Oversteek” in Oosterhout, in de hoedanigheid van hoeder van het monument en datgene waarvoor het staat, is hierin een partner van formaat.


Na de oorlog zijn er veel plannen gemaakt voor het fort: dat ging van afgraven voor dijkverzwaring tot commandopost BB, kunstbescherming, voedseldepot, puin- en gronddepot. Dat is allemaal gelukkig niet door gegaan, maar het voortbestaan van het fort werd op het nippertje gered door het beleidvoorstel nr 10. 1974 van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg van de hand van de rayonarchitect van Gelderland, de heer Meffert (20). Dit beleidsvoorstel was er op gericht beide forten (Beneden en Boven Lent) zo snel als mogelijk te plaatsen op de lijst van beschermde monumenten. En dat is geschied.
Het fort is vermeld op de Monumentenlijst en is derhalve een Rijksmonument in de zin van de Monumentenwet. Volgens artikel 11 is het verboden het monument te beschadigen, af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen.

4. Toetsingskaders
Als het gaat om de toekomst van Lent West in relatie tot de Citadelvorming zijn er twee belangrijke toetsingkaders. Het toetsingskader voor natuur en landschap en het toetsingskader voor de cultuurhistorie.

4.1 Natuur en landschap
Op 27 juni 2005 is aan de gemeente de Beschermde Natuurwaardenkaart Nijmegen aangeboden (Waardenburg, juni 2005)(22). Dit rapport is aangenomen door de raad en geeft een helder beeld van de beleidsdoelstellingen van de gemeente Nijmegen, o.a. in relatie tot de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn.
De basis van deze kaart bestaat uit twee pijlers: beschermde gebieden en beschermde soorten. In dit rapport wordt het gebied ten westen van de spoorlijn Arnhem-Nijmegen beoordeeld als een gebied met relatief hoge natuurwaarden door de combinatie van aanwezigheid van beschermde gebieden én beschermde soorten. Binnen dit gebied behoren de uiterwaarden tot de PEHS (Provinciale Ecologische Hoofdstructuur) en zijn aangewezen als ganzenfoerageergebied.


De uiterwaarden vallen ook onder de SBZ (Speciale Beschermingszone Waal) in het kader van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn (23, 24). Het Fort behoort tot de PEHS.
Als belangrijk aandachtspunt in geval van ruimtelijke ingrepen is een nadere effectbepaling ten behoeve van het gebied van de Fortzone noodzakelijk, conform de PEHS, de Natuurbeschermingswet, Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. Daarbij zal nagegaan moeten worden of het plan effecten heeft op de Speciale Beschermingszone en of er mitigerende of compenserende maatregelen mogelijk en/of noodzakelijk zijn in het kader van externe werking op het beschermde gebied.
Een tweede punt is geformuleerd in het Meerjaren Ontwikkelingsprogramma Nijmegen (21). In het kader van landelijk beleid “samen werken aan een krachtige stad” (gemeenteraad Nijmegen, 17 november 2004) wordt bij outputdoelstelling (2b) opgemerkt dat het doel is een stevige samenhang aan te brengen tussen de diverse groengebieden. In Lent West gaat het dan, uitgaande van het voorkeursmodel 2004, om het fort en de directe omgeving, om de spoordijk, om de oude boomgaard en de uiterwaarden (SBZ in het PEHS).

4.2 Cultuurhistorie
In het eerder gememoreerde Ontwikkelingsprogramma Nijmegen wordt melding gemaakt van het raadsprogramma Cultuurhistorie (4), dat zich drie doelen stelt: de zorg voor cultureel erfgoed, de versterking van cultuurhistorisch bewustzijn en het streven naar culturele vernieuwing. Met dit programma wordt getracht het (landelijke) Belvedere-gedachtengoed te omarmen en vorm te geven (outputdoelstelling 2c). Het Belvedere-gedachtengoed is ook uitgewerkt in “het Gelders Cultuurhistorisch beleid 2000-2004”, de nota Belvoir. Hierin geeft de provincie haar visie op de wijze waarop cultuurhistorische kwaliteiten van het fysieke leefmilieu in de bestaande en toekomstige (ruimtelijke) inrichting van Gelderland kunnen worden behouden en versterkt door ontwikkeling. In feite gaat het in deze notitie over de overgang van monumentenbeleid naar cultuurhistorisch beleid.
Een kernvraag in Belvoir is hoe een adequate balans gevonden kan worden tussen ruimtelijke ontwikkeling en de versterking van de kwaliteit van de leefomgeving, i.c. cultuurhistorische waarden. Want, aldus de nota, bij een onzorgvuldige uitwerking met ongevoeligheid voor cultuurhistorische waarden kunnen ruimtelijke veranderingen leiden tot verschraling, nivellering en zelfs tot het verdwijnen van cultuurhistorische waarden. Er is gekozen voor “behoud in ontwikkeling”.
In de nota Belvoir wordt een missie met de volgende drie beleidsopgaven uitgewerkt:

1. Realiseer dat cultuurhistorie als volwaardige wegingsfactor in de ruimtelijke inrichting functioneert.

2. Vergroot substantieel de economische potentie van de cultuurhistorie.

3. Vergroot aantoonbaar het cultuurhistorische besef / verbreedt het draagvlak.
Deze drie beleidsopgaven worden nader uitgewerkt in een vijftal doelstellingen, waarin het raadsprogramma Cultuurhistorie van Nijmegen te herkennen is:

1 Ontwikkelen en vaststellen van de cultuurhistorische waarden. (In Lent West valt daaronder o.a. het fort, het herdenkingsmonument aan de dijk, het ensemble rond Huize Bato en PGEM verdeelstation, het landhoofd van de spoorbrug, maar ook de Zaligestraat (kweldam), Bovenzeeg en de Historische tuin, LW 1).

2 Cultuurhistorische waarden als volwaardige wegingsfactor en als inspiratiebron betrekken bij de vormgeving van de ruimtelijke ontwikkeling. Cultuurhistorie, natuur en ruimtelijke (her-)inrichting leveren vaak een spanningsveld op waarbij in de praktijk te vaak het accent blijkt te liggen op afzonderlijke deelbelangen, hetgeen doorgaans leidt tot een verslechtering van het leefklimaat.
1 LW staat voor Werkgroep Lentse Waarden

3 Versterken van de cultuurhistorische bijdrage in de ontwikkeling van een krachtige en duurzame economie. (De economische waarde van de Citadel is gebaat bij een goed uitgewerkt cultuurhistorisch beleid én natuurbeleid, LW).

4 Duurzaam in stand houden en ontwikkelen van cultuurhistorische waarden: de sporen uit het verleden levend houden.

5 Bevorderen van het cultuurhistorische besef / draagvlakverbetering.
5. Voorstel voor behoud van het fort en de directe omgeving
In voorgaande hebben we beleidsnotities en ruimtelijke ontwikkelingen afgetast. Het geeft een beeld waaraan de Citadelplannen getoetst moeten worden. De werkgroep Lentse Waarden komt daarbij tot het volgend voorstel:
Ten aanzien van natuur en landschap

1 Neem het fort op in de SBZ, waardeer het fort als onderdeel van de PEHS en zorg voor een ruime natuurlijke omgeving. Het fort dient nadrukkelijk bij een natuurorganisatie in beheer te blijven.

2 Uitvoering van een effectbepaling, uitgaande van voorkeursmodel 3, conform de PEHS, Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn, en de Natuurbeschermingswet. Tevens bepaling van compensatiemaatregelen.

3 Zorg voor doorgaande natuurstructuren: versterking en verbreding van de groenzone die spoordijk, fort en monument op natuurlijke wijze verbinden door gehele opname daarvan in de EHS. Bijvoorbeeld volgens het concept Landschapspark.De groenzone tussen spoordijk en fort kan daarbij verlopen via de boomgaard. Als logische noordelijke grens zou hiertoe de Bovenzeeg langs de Woenderskamp kunnen dienen.

4 Minimaliseer gemotoriseerd verkeer op de dijk om de natuurverbinding van fort en Lentse uiterwaarden te optimaliseren.

5 Het fort is in eerste instantie een natuurmonument, de andere waarde (cultuurhistorie) is daaraan ondergeschikt.

6 Werk de Natuurwaardenkaart Nijmegen verder uit voor betreffend gebied.
Ten aanzien van de cultuurhistorie:

1 Herkenning en erkenning van de historische verbintenis tussen het Herdenkingsmonument en fort, zich uitend in een rechtstreekse groenverbinding. Beide cultuurhistorische monumenten moeten in die verbondenheid en met behoud van waarde blijven bestaan.

2 Garandeer beheer en voorkom vandalisme door handhaving van bewoning.

3. Gebruik een deel van de bunker op het fort bijvoorbeeld als museum voor de geschiedenis van de verdedigingswerken van Nijmegen, de geschiedenis van Lent of de geschiedenis van Market Garden in het Nijmeegse gebied. Hierbij kan de hulp gevraagd worden van de Menno van Coehoornstichting en het bevrijdingsmuseum in Groesbeek. Een herstel van de dakconstructie en klimaatbeheersing is daartoe evenwel noodzakelijk.

4 Voorkomen moet worden dat het fort ingeklemd raakt door nieuwbouw. In verband met de cultuurhistorische waarde van het fort en zijn omgeving is het van groot belang om het centrumgebied niet verhoogd aan te leggen. Ook al om recht te doen aan de schootsvelden rond het fort zou dit gebied groter moeten zijn dan de huidige omringing. Dat kan indien de watergang (de Bovenzeeg bij de Woenderskamp) als zuidgrens voor het centrumgebied wordt aangehouden.

5 De natuur gaat voor cultuurhistorie. Evenwel kan overwogen worden één hoek van de redoute van het fort, met een afgebakende toegangsweg toegankelijk te maken en terug te brengen in oorspronkelijke staat van verdediging.

Bronnen
1 De brochure “De Waalsprong maakt Nijmegen compleet”, gemeente Nijmegen
2 Rijksnota “Belvedere”, 1999
3 Kadernotitie “Belvoir, het Gelders cultuurhistorisch beleid 2000-2004”, Provincie Gelderland, 2000
4 Raadsprogramma Cultuurhistorie, gemeente Nijmegen
5 “Detailhandelstructuur Waalsprong”, collegebesluit 9410/05/0005050
6 “Loo plan, beheerplan Fort Lent: 1992-2002”, Staatsbosbeheer, 1992
7 Natuurbeleidsplan, regeringsbeslissing, Ministerie van L.N. en V., 1990
8 De Citadel, ontwikkelingsconcept centrumgebied Waalsprong Nijmegen, Gouda 2003, AM Vastgoed en T&T-design Gouda.
9 Streekplan midden Gelderland, Provincie Gelderland, 1989.
10 Streekplan Glederland 1996, Provincie Gelderland
11 Streekplan Gelderland 2005, Provincie Gelderland
12 Bestemmingsplan buitengebied Elst, kern Lent.
13 Alterrarapport 842, Kwak, RGM. Inventarisatie van de flora en fauna in 2003 & 2004 “De Waalsprong”, gemeente Nijmegen, juli 2004
14 Diversen materiaal van de Menno van Coehoornstichting
15 “De weg naar Berlijn”, James Magellas, 1946
16 Operation Market Garden en de bevrijding van Nijmegen, J. Willemsen, maart 2004
17 Inlichtingen over verdedigingswerken, Gemeente Elst, maart 1985
18 De verdedigingswerken rond Lent, G.B. Janssen, juni 1975
19 Fort Lent of Hope and Glory, G. Knuppel e.a., 1996
20 Beleidsvoorstel nr 10, 1974 van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg,van de hand van de rayonarchitect van Gelderland, de heer Meffert.
21 Meerjarenontwikkelingsprogramma Nijmegen, in kader van landelijk beleid “Samen werken aan een krachtige stad” Meerjarenontwikkelingsprogramma III, 2005-2009 voor Grotestedenbeleid III en het Gelderse Stedelijke ontwikkelingsbeleid II, vastgesteld in gemeenteraad november 2004.
22 Beschermde Natuurwaardenkaart Nijmegen en Natuurkalender Nijmegen, Waardenburg, juni 2005
23 Aanwijzingsbesluit van het Ministerie van L.N. & V, directie natuurbeheer inzake SBZ gebieden, maart 2000
24 PEHS en SBZ. Nota van toelichting bij aanwijzing van de Waal als SBZ, maart 2000
25 Natuurbeschermingswet 1998

 

Op 15 december 2015 hebben de bewoners die er al sinds de 70er jaren woonden na een lange juridische strijd die ten gunste uitviel van Staats Bosbeheer het veld hebben moeten ruimen. in 2012 heeft Staatsbosbeheer ondanks dringende aanbevelingen ten aanzien van de natuurwaarde van het fort als gesteld in de nota juni 2012 in november van dat zelfde jaar het fort nagenoeg kaalgekapt, in de winter van 2014/2015 waarin het nauwelijks gevroren heeft zijn een achtal geiten die er al jaren liepen en het hele jaarrond voldoende voedsel hadden gestorven door verhongering.
 
na de kaalkap is het gros van de dieren uitgeweken naar het ten westen aangrenzende perceel met de boerderij de Kraaijenhof aka Hof v Holland met voldoende schuil en fourageer mogelijkheden om de winter door te komen, mede door werkzaamheden aan de geul is dit aangrenzende perceel nu een soort refugium geworden en heeft de ecologische rol van het fort overgenomen.

Vanaf 1 april van dit jaar 2016 gaat de Gemeente Nijmegen op dit perceel Oostterhoutsedijk 88  met een hoge ecologische en cultuur historische waarde werkzaamheden verrichten als sloop bijgebouw(en) en aanpassinggen aan het terrein
vooruitlopend op de uiteindelijke plannen die hier pas in 2026
/27 worden gerealiseerd .


dit proces gaat zeer nauwlettend gevolgd worden


Wordt vervolgd!!!!